FAQ
Ga naar
Difficultés financières
-
Als zelfstandige werknemer heeft u recht op een vergoeding van het ziekenfonds vanaf de eerste dag van uw arbeidsongeschiktheid, op voorwaarde dat u meer dan zeven dagen arbeidsongeschikt bent. Om die vergoeding te ontvangen, moet u een verklaring van arbeidsongeschiktheid indienen met behulp van het formulier ‘getuigschrift van arbeidsongeschiktheid voor zelfstandige werknemer’ dat u kan vinden op de website van uw ziekenfonds.
De vergoedingen worden betaald in de vorm van een dagelijkse forfaitaire toelage waarvan het bedrag varieert naargelang uw gezinssituatie:
- € 77,95 per dag zo u personen ten laste heeft,
- € 61,77 per dag indien u alleenstaand bent,
- € 47,38 per dag indien u samenwonend bent.
Duurt uw ongeschiktheid langer dan één trimester, dan kunt u bij uw sociaal verzekeringsfonds een aanvraag indienen om te worden vrijgesteld van sociale bijdragen. In geval van langdurige ongeschiktheid gedurende meerdere trimesters wordt aanbevolen om een aanvraag van assimilatie in te dienen teneinde uw pensioenrechten te handhaven.
-
De vergoedingen die u ontvangt voor primaire arbeidsongeschiktheid en voor invaliditeit, worden beschouwd als vervangingsinkomen. U bent dus verplicht daarvan aangifte te doen in uw jaarlijkse belastingaangifte.
Om te vermijden dat u op het einde van het jaar een te hoog bedrag aan belastingen moet betalen, wordt aanbevolen om vooruitbetalingen te doen.
-
Zo uw arbeidsongeschiktheid leidt tot inkomensverlies, kunt u bij uw sociaal verzekeringsfonds een aanvraag indienen om te worden vrijgesteld van sociale bijdragen. Duurt uw ongeschiktheid meer dan één trimester, dan verdient het aanbeveling om een aanvraag van assimilatie in te dienen. Deze maatregel laat toe uw pensioenrechten te beschermen tijdens deze inactiviteitsperiode, zonder dat u daarvoor wordt bestraft.
In geval van langdurig ziekteverlof is het belangrijk dat u aangesloten blijft bij uw sociaal verzekeringsfonds. Zo u een einde maakt aan die aansluiting, verliest u uw recht op de vergoedingen van het ziekenfonds.
Aanvragen tot vrijstelling of assimilatie kunnen rechtstreeks worden ingediend bij uw sociaal verzekeringsfonds of bij het RSVZ. U vindt de noodzakelijke formulieren op hun respectieve websites.
-
Wat doet de sociale dienst van de balie voor advocaten in moeilijkheden en tot wie kan ik me wenden?
Cécile Roba is de bevoegde persoon van de sociale dienst van de Ordre français des avocats de Bruxelles.
Ze ontvangt op afspraak van maandag tot vrijdag. U kunt contact met haar opnemen per telefoon op het nummer 0473.17.00.91 of het nummer 02.508.62.69, of door een e-mail te sturen naar cecile.roba@barreaudebruxelles.be.
De sociale dienst biedt vertrouwelijke en gepersonaliseerde ondersteuning aan advocaten die te maken krijgen met moeilijkheden op persoonlijk, financieel of professioneel vlak.
Voorstelling van Cécile Roba:
Eender wie krijgt wel eens te maken met een probleem dat het leven voor ons in petto heeft, met een moment van twijfel of eenzaamheid, met stress of burn-out, met een geval van pesten of stelt zich wel eens een vraag over de sociale bescherming die de balie of de sociale zekerheid kan bieden.
Bijzonder aan mijn functie is dat ik verbonden ben met de dienst van de Orde maar dat ik in alle vertrouwelijkheid en discretie kan werken ten overstaan van de stafhouder, de vicestafhouder en de instanties van de Orde. Onze samenwerking blijft beperkt tot de organisatie van een kwaliteitsvolle dienst voor bijstand, solidariteit en luisteren.
Om de discretie van de advocaten te verzekeren, is mijn bureau gedecentraliseerd ten opzichte van het secretariaat van de Orde. Ik ontvang op afspraak om te vermijden dat advocaten elkaar voor mijn deur zouden kruisen …
Ik sta tot uw beschikking om te anticiperen op financiële of sociale tegenspoed en probeer die samen met u te bestrijden opdat u een zekere professionele sereniteit zou terugvinden.
Ik word ondersteund door de professionele en sociale commissie onder het voorzitterschap van meester Patrick Van Damme. Deze commissie bestaat uit meerdere advocaten-begeleiders die zich ter beschikking houden van advocaten die nood zouden hebben aan morele en/of administratieve steun vanwege een van hun confraters om te herstellen van een delicate sociale of professionele situatie.
Ik maak ook deel uit van de commissie voor welzijn die wordt voorgezeten door meester Jean-Philippe Cordier. Deze commissie stelt instrumenten ter beschikking ter preventie van psychosociale risico’s zoals stress, burn-out, pesten, mishandeling …
De commissie voor welzijn organiseert van tijd tot tijd conferenties in verband met specifieke thema’s op het vlak van welzijn en preventie van psychosociale risico’s bij advocatenkantoren. Al te weinig advocaten zijn zich bewust van het belang van welwillendheid / goede behandeling binnen hun eigen kantoor en van de voordelen die daarmee gepaard gaan. Ook deze commissie bestaat uit advocaten die begeleiding en ondersteuning bieden in situaties van conflict of pesten.
Ik werk op transversale wijze samen met de schatbewaarder voor kwesties van vrijstelling van lidgeld aan de Orde alsook met het BJB voor aanvragen van uitzonderlijke vooruitbetalingen wegens een onverwachte en bijzonder moeilijke financiële situatie.
Mijn samenwerking met de cel ‘luisteren’ van het Carrefour des stagiaires versterkt mijn kennis van het terrein en van de problemen waarmee stagiairs en stagemeesters worden geconfronteerd.
Of het nu gaat om administratieve, sociale of relationele problemen, ik blijf tot hun beschikking staan om naar hen te luisteren en te pogen hen opnieuw vertrouwen in te boezemen wanneer ze te maken krijgen met momenten van twijfel, conflicten, stress of andere moeilijkheden.
-
De professionele en sociale commissie valt onder het aanbod van diensten voor advocaten bij de balie van Brussel.
De commissie heeft een dubbele rol: adviezen en aanbevelingen formuleren voor de stafhouder of de raad van de Orde in verband met eender welke vragen betreffende het sociaal statuut van de advocaat en zorgen voor steun en begeleiding voor advocaten die ten prooi vallen aan tijdelijke economische of sociale moeilijkheden.
De advocaat moet zijn verzoek tot interventie indienen bij de stafhouder, de voorzitter van de commissie of de sociale dienst.
U vindt meer informatie in het deel dat specifiek aan deze commissie is gewijd:
-
De commissie voor psychosociaal welzijn (CPSW) heeft als dubbel doel om psychosociale risico’s op het werk te voorkomen en gepersonaliseerde bijstand te verlenen aan advocaten in moeilijkheden.
U vindt meer informatie in het deel dat specifiek aan deze commissie is gewijd:
-
De cel Luisteren van het Carrefour des stagiaires biedt bijstand en verstrekt advies aan stagiairs die met moeilijkheden worden geconfronteerd. Heeft u een specifiek financieel probleem, dan kan de cel u helpen door u een occasionele en aan de omstandigheden aangepaste lening toe te staan die beantwoordt aan uw specifieke situatie.
-
Alle advocaten zijn automatisch aangesloten bij het Solidariteitsfonds. Dit fonds biedt ondersteuning aan gezinnen in geval van overlijden, met onvoorwaardelijke voordelen zoals toelagen voor wezen en een eenmalige toelage voor de echtgeno(o)t(e).
In geval van persoonlijke moeilijkheden kan het Solidariteitsfonds ook financiële ondersteuning bieden in de vorm van voorwaardelijke voordelen en op basis van een sociaal dossier.
-
De Stichting Alfred Dorff & Richard Zondervan heeft een dubbel doel: het eerste, van sociale aard, wordt geconcretiseerd door giften of renteloze leningen ten gunste van confraters die het slachtoffer worden van ongeval, ziekte of andere tegenslagen van tijdelijke aard. Het tweede doel, van educatieve aard, wordt geconcretiseerd door bijkomende studiebeurzen toe te kennen aan jonge advocaten.
U vindt meer informatie in het deel dat specifiek aan deze stichting is gewijd:
-
Aanvragen tot vrijstelling moeten worden gericht aan de schatbewaarder van de Ordre français des avocats du barreau de Bruxelles, Justitiepaleis – Poelaertplein te 1000 Brussel (tresorier@barreaudebruxelles.be).
-
Het is mogelijk om tijdens het jaar een uitzonderlijk voorschot op de punten van het BJB te vragen. Daartoe moet u uw aanvraag rechtstreeks indienen bij de voorzitter van het BJB. De voorschotten kunnen tot 30% van de punten in twee keer tijdens het jaar bedragen, op specifieke tijdstippen. Indien een aanvraag echter meer dan 50% in één keer bedraagt, moet ze worden gericht aan de sociale dienst van de balie die vervolgens een advies verleent aan de voorzitter van het BJB. Op te merken valt dat het advies van de maatschappelijk assistente niet de waarde van een beslissing heeft.
-
Om u wegwijs te maken in de solidariteitsmechanismen bij de balie van Brussel, nodigen we uit om deze kaart te raadplegen.
Stage
-
De kandidaat-stagiair moet:
- In België een universitair diploma van doctor (titel toegekend vóór 1972), licentiaat of master in de rechten hebben behaald. Kandidaten die houder zijn van een buitenlands diploma, moeten hun diploma gelijkwaardig laten verklaren, ofwel door een universitair programma te volgen, ofwel door te slagen voor de bekwaamheidsproef die wordt georganiseerd door de Ordre des barreaux francophones et germanophone (Orde van Frans- en Duitstalige balies) (ADVOCATEN.BE);
- Een stageovereenkomst hebben gesloten met een erkend stagemeester;
- Zijn voorgedragen aan het hof van beroep van Brussel en er de eed als advocaat hebben afgelegd;
- De inschrijvingsrechten aan de balie en het lidgeld aan de Orde betalen;
- Door de raad van de Orde worden toegelaten tot de lijst van de stagiairs.
Te volgen procedure om de eed af te leggen als advocaat:
- De kandidaat-stagiair moet worden voorgedragen aan het hof van beroep van Brussel om er de eed af te leggen; hij moet worden voorgedragen door een advocaat die ten minste tien jaar anciënniteit bezit op het tableau van de Orde.
- De eedaflegging vindt plaats op 1 september (of op de eerste werkdag van de maand september), en vervolgens op de eerste maandag van elke maand van oktober tot december. Daarna gaat dit één maand op twee voort, i.e. op de eerste maandag van de maanden februari, april en juni. Wanneer de eerste maandag van de maand een feestdag is, vindt de eedaflegging de volgende maandag plaats.
- Om de vereiste eed af te leggen, moet de kandidaat-stagiair de advocatentoga dragen. Er zijn enkele toga’s beschikbaar voor huur in de vestiaire van de advocaten, in het Justitiepaleis (Poelaertplein 1 te 1000 Brussel).
-
Voorafgaande stappen:
De kandidaat-stagiair moet onderstaande documenten elektronisch toesturen aan de stagedienst (stage@barreaudebruxelles.be) :
- Een attest van verblijfplaats dat minder dan drie maanden oud is;
- Een uittreksel uit het strafregister dat minder dan drie maanden oud is (afgegeven door de gemeentelijke administratie van zijn woonplaats of via het elektronisch loket);
- Een kopie van zijn stageovereenkomst, ingevuld en ondertekend, met een erkend stagemeester. Opmerking: de typeovereenkomst van de Orde moet verplicht worden gebruikt zonder dat de vorm ervan wordt gewijzigd (lettertype, lay-out, volgorde van de artikelen …);
- Het formulier van aanvraag om de eed te mogen afleggen en te worden opgenomen in de lijst van de stagiairs, volledig ingevuld en ondertekend.
In te dienen documenten:
- Na de indiening van het elektronische dossier moet de kandidaat-stagiair het originele exemplaar van zijn diploma indienen bij het secretariaat van de stage. Zo de kandidaat-stagiair niet de Belgische nationaliteit heeft of geen houder is van een Belgisch masterdiploma in de rechten, moet hij ook het originele exemplaar van zijn buitenlands diploma en het origineel van zijn gelijkwaardigheidstitel overleggen. Hij moet er ook voor zorgen dat hij zijn identiteitskaart bij zich heeft.
- De eedaflegging kan enkel plaatsvinden indien alle voornoemde documenten zijn toegestuurd aan het secretariaat van de stage en dat ten laatste 10 werkdagen vóór de datum van eedaflegging; tevens moet de stageovereenkomst voldoen aan de bepalingen van de Codex Deontologie van de advocaten en van het Brussels deontologisch reglement. De kandidaat-stagiair krijgt daarvan kennis per e-mail.
Ten laatste op de dag voorafgaand aan de dag van de eedaflegging krijgt de kandidaat-stagiair per e-mail kennis van de modaliteiten (tijdstip, plaats enz.) van de eedaflegging.
-
- Behoudens toelating van de betrokken stafhouders behoort de stagemeester tot dezelfde Orde als de stagiair.
- In alle gevallen waarin de stagemeester niet tot dezelfde Orde als de stagiair behoort, is het reglement van de Orde van advocaten waartoe de advocaat-stagiair behoort van toepassing.
- Alvorens de toestemming te verlenen om als stagemeester een advocaat te hebben die bij een andere Orde is ingeschreven, vergewist de stafhouder zich ervan dat de betrokkene voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 3.6.a van het Brussels deontologisch reglement.
- Het beroepsadres moet gelegen zijn in een van de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
-
- Indien nodig, de aanvraag van toelating tot de lijst van de stagiairs invullen.
Zo u het nummer van uw derdenrekening – persoonlijke derdenrekening of derdenrekening van het kantoor waar u zult werken – of uw ondernemingsnummer (KBO) nog niet heeft meegedeeld, moet u dat zo snel mogelijk doen via de portaalsite ADVOCATEN.BE.
Opgelet: Tijdens uw hele loopbaan bij de balie moet u uw persoonsgegevens bijwerken ter gelegenheid van elke wijziging (naam van het kantoor, persoonlijk of professioneel adres, telefoonnummer, e-mailadres …), via de portaalsite ADVOCATEN.BE (https://portail.avocats.be/monprofil). Tijdens uw stage moet u elke wijziging onmiddellijk melden aan het secretariaat van de stage. Zo u dat niet doet, zult u de mededelingen vanwege de Orde niet ontvangen.
- Het inschrijvingsrecht en het lidgeld aan de Orde betalen.
Na de eedaflegging stuurt het secretariaat van de stage u een uitnodiging om het inschrijvingsrecht te betalen op de bankrekening met nummer BE02 6300 2355 9440 van de Nederlandse Orde van advocaten bij de balie van Brussel. Het inschrijvingsrecht bij de balie bedraagt € 300. Het lidgeld van de Orde van advocaten wordt berekend op basis van uw inkomen.
- Wachten op de brief ter bevestiging van de inschrijving op de lijst van de stagiairs alvorens eender welke handeling als advocaat te stellen.
Na ontvangst van de betaling wordt uw verzoek om te worden toegelaten tot de lijst van de stagiairs gedurende 15 dagen uitgehangen.
U krijgt per brief kennis van het feit dat u bent opgenomen in de lijst van de stagiairs, dat u de toelating heeft om de advocatentoga te dragen en mag pleiten voor de verschillende rechtscolleges van het land.
Opgelet: zolang u deze brief niet heeft ontvangen, bent u nog geen advocaat. Dit betekent dat u zich niet mag beroepen op de titel van advocaat en geen enkele handeling mag stellen als advocaat noch de toga mag dragen.
Opgelet: de brief van toelating tot de lijst van de stagiairs bevat uw advocatennummer. Dit nummer blijft hetzelfde gedurende uw hele loopbaan en wordt gebruikt als identificatiemiddel in alle correspondentie met de instanties van de Orde alsook in het kader van de BUBA-proeven en om in te loggen op de verschillende informaticatools van de balie.
- Na ontvangst van de bevestigingsbrief van de stafhouder:
Een wachtwoord aanmaken voor het e-mailadres @advocaat.be. Binnen de termijn van 15 dagen na ontvangst van de brief van de stafhouder waarin de toelating tot de lijst van de stagiairs wordt bevestigd, moet de advocaat-stagiair zijn e-mailadres @advocaat.be gebruiken om in te loggen op de portaalsite https://portail.avocats.be/reset-password en de procedure voor aanmaak van een persoonlijk wachtwoord te doorlopen.
Mag ik om het even welk e-mailadres gebruiken? De Orde verbiedt het gebruik van gratis e-mailadressen van het type hotmail, gmail, yahoo ... die geen garanties bieden wat betreft beveiliging, duurzaamheid en vertrouwelijkheid van de inhoud.
Aan elke advocaat wordt ambtshalve een adres van het type voornaam.naam@advocaat.be toegewezen dat op twee manieren kan worden gebruikt:
Ofwel dient dit adres uitsluitend als alias en stuurt het alle berichten automatisch en gratis door naar het gekozen adres (e-mailadres van het kantoor of beveiligd persoonlijk e-mailadres) dat wordt vermeld in de adresboeken van de Orde en de OBFG/ADVOCATEN.BE;
Ofwel maakt de advocaat gebruik van de box en het adres @advocaat.be, dat wordt vermeld in de adresboeken van de Orde en de OBFG. In dit geval kiest de advocaat een abonnementsformule onder de drie aangeboden formules; de kosten daarvan worden betaald aan ContactOffice, i.e. de leverancier en beheerder die werd gekozen door de OBFG/ADVOCATEN.BE.
- De advocatenkaart aanvragen
U moet uw advocatenkaart bestellen via de link die wordt vermeld in de brief die u op de hoogte brengt van uw toelating tot de lijst van de stagiairs.
Heeft u geen Belgische identiteitskaart of E+ kaart, dan moet u een e-mail sturen naar mevrouw Kawtar Sadek Cherkaoui (kawtar@barreaudebruxelles.be) die u zal helpen om alle vereiste formaliteiten te vervullen.
In beide gevallen ontvangt u uw advocatenkaart evenals de instructies om de kaart te activeren per aangetekend schrijven op het adres dat u heeft opgegeven bij de bestelling van de kaart.
- Zich inschrijven voor de eerste fase van de BUBA-opleiding
Binnen de 15 dagen na ontvangst van de brief van de stafhouder waarin u kennis krijgt van uw toelating, moet u zich op de website lgo.avocats.be inschrijven voor de lessen van de initiële opleiding (BUBA: bekwaamheidsattest tot het uitoefenen van het beroep van advocaat – fase 1), voor zover er plaatsen beschikbaar zijn.
Login: uw e-mailadres (…@advocaat.be.)
Wachtwoord: identiek aan het wachtwoord dat u gebruikt voor het Extranet van de OBFG of het Rijksregister (dat u zelf moet aanmaken (zie supra)).
Daartoe moet u uw e-mailadres @advocaat.be gebruiken om in te loggen op de portaalsite https://portail.avocats.be/reset-password en vervolgens de procedure volgen om een persoonlijk wachtwoord aan te maken. Daarna kunt u zich via de link https://lgo.avocats.be/ inschrijven voor fase 1 van de BUBA-opleiding.
-
Naleving van de deontologie en het confraterschap
Meer bepaald het beroepsgeheim, de vertrouwelijkheid van de uitwisselingen tussen advocaten en de preventie van belangenconflicten.
Professionele nauwgezetheid
Het beroep van advocaat is veeleisend en vereist een onberispelijke nauwgezetheid. De wetgeving evolueert voortdurend als gevolg waarvan continue verificaties noodzakelijk zijn. Bovendien moet u blijk geven van een niet aflatende aandacht voor de bronnen die u raadpleegt. Internet kan een vriend zijn in het kader van uw opzoekingen, maar kan ook uw ergste vijand blijken te zijn. Wees dus waakzaam!
Verplichting inzake permanente vorming
De permanente vorming wordt beheerst door de artikelen 3.26 en volgende van de Codex Deontologie en is van toepassing voor alle advocaten die moeten kunnen aantonen dat ze 60 punten behalen per periode van drie jaar, met een minimum van 10 punten per jaar (de huidige periode van drie jaar is begonnen op 1 januari 2023). De materies die het opleidingsprogramma per referteperiode vormen, moeten ten minste de deontologie omvatten, voor een totaal van 4 punten, evenals het voorkomen van witwassen en van de financiering van terrorisme voor een totaal van 2 punten.
Rekening gehouden met hun BUBA-opleiding zijn advocaten-stagiairs in principe niet onderworpen aan de verplichtingen inzake permanente vorming tijdens hun eerste en tweede stagejaar.
Voorzichtig omgaan met het geld van derden
- Wat is een derdenrekening?
Een derdenrekening dient uitsluitend om geld van cliënten of derden te verwerken. Deze rekening mag in geen geval worden gebruikt om uw (persoonlijke of professionele) uitgaven te betalen. Opvragingen in cash en transfers per cheque zijn verboden, behoudens bijzondere en voorafgaande toelating vanwege de stafhouder. De verwerking van geld van cliënten of derden is strikt gereglementeerd en maakt het voorwerp uit van controles door de Orde.
- Ben ik verplicht om een derdenrekening te hebben?
Elke advocaat moet houder zijn van een rekening die ‘derdenrekening’ of ‘BUBA-rekening’ wordt genoemd en die exclusief bestemd is voor geld van cliënten of derden; deze rekening wordt geopend bij een financiële instelling die wordt erkend door de Ordre des barreaux francophones et germanophone (OBFG) of door de Orde van Vlaamse balies (OVB). Voor zover de stagemeester daarmee instemt, kan er ook gebruik worden gemaakt van de derdenrekening van het kantoor van die stagemeester. U moet aan de stafhouder het rekeningnummer bezorgen van de derdenrekening waarvan u houder bent of die u gebruikt door dat nummer te vermelden op het formulier waarmee u verzoekt de eed te mogen afleggen en te worden opgenomen op de lijst van de stagiairs.
- Hoe en wanneer moet ik de aangifte van geld van derden invullen?
Elk jaar moeten de advocaten aangifte doen van het geld van derden dat ze bijhouden op 31 december. Deze aangifte moet ten laatste tegen 28 februari worden gedaan; dat gebeurt online via het informaticaplatform.
Naleving van de antiwitwasregels
Het voorkomen van het witwassen van geld maakt deel uit van de bijzonder belangrijke verplichtingen van advocaten; de niet-naleving kan ernstige – meer bepaald financiële – gevolgen hebben.
De Orde voert elk jaar een aantal controles uit op basis van een loting.
De rubriek ‘Witwassen’ op het extranet van de balie van Brussel bevat alle nuttige informatie en biedt formulieren en documenten aan met als doel advocaten te helpen om hun verplichtingen inzake de strijd tegen witwassen na te komen.
Naleving van de AVG-verplichtingen
De AVG stelt op algemene wijze de beginselen vast die van toepassing zijn op elke verwerking van persoonsgegevens. De toepassing ervan moet dus worden aangepast aan het beroep van advocaat en aan de specifieke kenmerken van het betrokken kantoor.
Nuttige informatie en modelformulieren zijn beschikbaar in de rubriek ‘AVG’ op het extranet van de balie van Brussel alsook op het extranet van de OBFG.
Naleving van de administratieve verplichtingen
-
3 jaar effectieve stage onder het toezicht van een erkend stagemeester
- 3 effectieve jaren
De stage moet een effectieve duur hebben van drie jaar. Hij wordt verlengd met de duur van de eventuele periodes van opschorting, meer bepaald wegens de termijn die de nieuwe stagemeester nodig heeft om zijn erkenning te verkrijgen.
- Minimaal 900 gewerkte uren per jaar
De stageovereenkomst bepaalt dat de stagiair ten minste 900 uur per jaar voor zijn stagemeester moet werken.
Wie beslist of een uur al dan niet een gewerkt uur is? Met ‘gewerkt uur’ moet de tijd worden begrepen die de stagiair wijdt aan de taken die de stagemeester hem toevertrouwt, met inbegrip van de tijd om zich te verplaatsen (meer bepaald om naar zittingen of naar de griffie te gaan) en/of de wachttijd (meer bepaald op zittingen of bij de griffie), zelfs indien de stagemeester de bestede tijd niet volledig of gedeeltelijk kan factureren aan de cliënt.
Mon maître de stage peut-il disqualifier certaines de mes heures prestées ?
Worden niet beschouwd als gewerkte uren:
- De tijd die de stagiair wijdt aan zijn andere stageverplichtingen;
- De uren tijdens dewelke de stagiair aanwezig is, op passieve wijze met het oog op zijn vorming en zonder op enige andere wijze bij het dossier betrokken te zijn, bij het vervullen door de stagemeester van een opdracht van advocaat;
- De uren van deelname aan colloquia, seminaries, opleidingen of persoonlijke activiteiten van ontwikkeling van zijn praktijk, tenzij ze worden opgelegd door de stagemeester of vereist zijn als gevolg van de behandeling van een specifiek dossier waarmee de stagiair is belast.
Wat gebeurt er indien ik tijdens het jaar geen 900 uur heb gewerkt? Moet ik de ontvangen vergoeding dan teruggeven?
- Het systeem voorziet in een forfaitaire jaarlijkse vergoeding in ruil voor een aantal gewerkte uren tijdens het jaar: het is dus wel degelijk op jaarlijkse basis dat de tijd moet worden berekend die de stagiair besteedt aan de dossiers van zijn stagemeester.
- Dit gezegd zijnde, heeft het jaarlijks forfait betrekking op de gewerkte uren tussen een jaarlijks minimum van 900 uur, wat overeenstemt met een maandelijks gemiddelde van 75 uur, en een jaarlijks maximum van 1.200 uur, wat overeenstemt met een maandelijks gemiddelde van 100 uur.
- Het kan dus nuttig zijn om in de loop van het jaar een stand van zaken op te maken van de situatie en te verifiëren of, gelet op het gemiddelde van de tijdens de afgelopen maanden gewerkte uren, de stagiair het doel van 900 uur per jaar zal halen dan wel het plafond van 1.200 per jaar zal overschrijden, alsook om de samenwerking evenals de kwaliteit en de kwantiteit van het verrichte werk te bespreken.
Een verplichte opleidingssessie volgen
Een opleidingssessie volgen die als doel heeft uitleg te geven bij de verschillende verplichtingen van de stage, de zin daarvan en bij de doelstellingen van de opleiding die aan de stagiairs wordt verstrekt. De aanwezigheid op deze conferentie is verplicht.
De twee fasen van het bekwaamheidsattest tot het uitoefenen van het beroep van advocaat (BUBA) volgen en slagen voor de proef
Wat is het belang van de BUBA-cursussen?
De BUBA-cursussen hebben meerdere doelstellingen:
- Zich vergewissen van een gelijkschakeling van de theoretische opleiding van alle stagiairs die een vrij uiteenlopend universitair parcours hebben gevolgd;
- De advocaten opleiden wat betreft de deontologie en hun de waarden van het beroep meegeven;
- De stagiairs begeleiden bij de praktische toepassing van de rechts- en procedureregels;
- Een plaats voor leren aanbieden waar een stagiair zich mag vergissen zonder dat er risico’s zijn voor de cliënt;
- De integratie van de stagiairs bij de balie van Brussel faciliteren.
3 seminaries volgen die worden georganiseerd door het ICBB
De advocaten-stagiairs zijn verplicht om 3 seminaries te volgen die worden georganiseerd door het instituut voor communicatie van de balie van Brussel (ICBB). Inschrijven kan op de website www.icbb.be.
Ze zijn verplicht alle seminariedagen te volgen, maar op het einde van het seminarie wordt er geen examen afgenomen.
Na afloop van de deliberatie van fase 1 van de BUBA-cursussen wordt de advocaat-stagiair verzocht zich in te schrijven voor een seminarie van 3 dagen opleiding in schriftelijke en mondelinge communicatie, met inbegrip van een voorbereiding op de pleitoefening.
Tijdens het 2de en 3de jaar van de stage moet de advocaat-stagiair deelnemen aan twee ICBB-seminaries van 2 dagen, te kiezen tussen de volgende drie seminaries:
- Beredeneerd onderhandelen
- Advocaat in bemiddeling
- Op grondige wijze het woord voeren in het openbaar
Slagen voor de proef van redactie van conclusies en voor de pleitoefening
Hoe verloopt deze proef en welke zijn de criteria om te slagen?
De advocaten-stagiairs worden ten laatste tijdens het tweede jaar van hun stage opgeroepen voor de pleitoefening door het secretariaat van de Conferentie van de Jonge Balie.
Om de pleitoefening te mogen afleggen, moet de stagiair zijn initiële beroepsopleiding (BUA – fase 1) hebben voltooid en het seminarie van 3 dagen opleiding in schriftelijke en mondelinge communicatie, georganiseerd door het ICBB, hebben gevolgd.
Deze oefening legt de redactie van omstandige conclusies op, op basis van een opgave van de Conferentie van de Jonge Balie, evenals de mondelinge presentatie van de argumenten die worden ontwikkeld tot staving van de aangenomen stelling, in de vorm van een pleidooi en voor een jury ad hoc die is samengesteld uit advocaten en een specialist inzake dictie.
De oefening wordt in duo’s gemaakt, waarbij twee advocaten-stagiairs worden aangewezen per dossier, de ene als eiser en de andere als verweerder.
Voor de conclusies en het pleidooi wordt een aparte score toegekend. Om te slagen voor de pleitoefening, moet de advocaat-stagiair de globale score van 10/20 behalen. Zo de advocaat-stagiair niet slaagt voor zijn pleitoefening, moet hij de volledige proef (conclusies + pleidooi) opnieuw afleggen).
Wat gebeurt er indien ik de pleitoefening niet afleg of daar niet voor slaag?
Zo u de pleitoefening niet aflegt binnen de opgelegde termijn of zo u niet slaagt na afloop van de hierboven beschreven procedure (u behaalt geen 10/20), moet u een nieuwe pleitoefening afleggen tijdens het volgende jaar. Indien uw resultaat voor deze nieuwe oefening nog steeds minder is dan 10/20, wordt u uitgenodigd om te verschijnen voor een speciale jury die door de raad van de Orde wordt aangewezen.
Zo u niet slaagt voor de raad van de Orde, wordt u uitgenodigd om voor de raad van de Orde te verschijnen om te worden gehoord over het feit dat u niet bent geslaagd.
Deelnemen aan 12 permanenties van het BJB
Wat is een permanentie en wat zal ik daar moeten doen?
Het gaat om een permanentie van advocaten die gratis juridische consultaties verlenen aan al wie verschijnt voor het Bureau juridische bijstand. Ze wordt georganiseerd onder het voorzitterschap van de permanentiechef die de opdracht heeft, enerzijds, advies te verlenen aan rechtsonderhorigen en hen eventueel door te verwijzen naar het BJB-secretariaat met het oog op de aanwijzing van een vrijwillige tweedelijnsadvocaat en, anderzijds, deel te nemen aan de opleiding en de omkadering van de advocaten-stagiairs van zijn permanentie.
6 BJB-dossiers behandelen
Om tegemoet te komen aan de noden van de juridische bijstand is de advocaat-stagiair verplicht om tijdens zijn stage 6 dossiers van juridische bijstand voor zijn rekening te nemen. Het is dus niet de bedoeling om tijdens de stageperiode 6 dossiers af te ronden, wel ervoor te zorgen om te worden aangewezen in 6 dossiers en die zorgvuldig te behandelen zodra hij wordt aangewezen.
De aanwijzingen kunnen worden gedaan in het kader van de permanenties waaraan de advocaat-stagiair tijdens zijn stage moet deelnemen of buiten het kader van die permanenties, op initiatief van de advocaten-stagiairs zelf.
Deze 6 dossiers van juridische bijstand moeten behoren tot 3 verschillende domeinen. Salduz-dossiers, mondelinge consultaties en gewone brieven van het type van aanvraag om betalingen te spreiden komen niet in aanmerking. Ook pro bono-dossiers, die worden beheerd buiten de regeling van de juridische bijstand, komen niet in aanmerking.
Hoe zich inschrijven op het LAO-platform?
U vindt een presentatie via deze link: https://www.youtube.com/watch?v=c6qvx1nPUF0 of https://barreaudebruxelles-intranet.be/images/baj/LAO_Inscription.pdf.
Hoe zich inschrijven voor een bepaald domein van juridische bijstand?
Inschrijven voor een bepaald domein van juridische bijstand kan via het LAO-platform.
Opgelet: zo u meer dan tien dossiers per jaar in een specifieke materie behandelt, moet u deel uitmaken van de betrokken sectie (art 3.7.9 e.v. van het huishoudelijk reglement).
Hoe zich uitschrijven voor een materie of een sectie?
Het verzoek tot uitschrijving voor een materie of sectie moet gebeuren op het LAO-platform.
Deelnemen aan 2 projecten op het terrein: Refugee Legal Helpdesk of projecten van het Carrefour des stagiaires
De advocaat-stagiair moet deelnemen aan twee halve dagen op het terrein, te kiezen tussen:
- Deelname aan één of twee permanenties van de ‘Refugee Legal Helpdesk’, georganiseerd door de Orde, na een korte opleiding te hebben gevolgd.
- Deelname aan één of twee projecten georganiseerd door het Carrefour des stagiaires, waaronder:
- Bijwonen van een zitting in het kader van het programma ‘zitting’, volgens de modaliteiten zoals nader bepaald door het Carrefour des stagiaires.
- Bijwonen van een ‘gedecentraliseerde vergadering’ die wordt georganiseerd op delegatie van de Commissie voor Juridische Bijstand (‘CJB’), volgens de modaliteiten zoals nader bepaald door het Carrefour des stagiaires.
- Een halve dag bezoek aan een gevangenis in het kader van het programma ‘ontdekking van een gevangenis’, volgens de modaliteiten zoals nader bepaald door het Carrefour des stagiaires.
- Een halve dag begeleiding van een deurwaarder in het kader van het programma ‘deurwaarder’, volgens de modaliteiten zoals nader bepaald door het Carrefour des stagiaires.
- Bijwonen van een permanentie ‘Klein Kasteeltje’, volgens de modaliteiten zoals nader bepaald door het Carrefour des stagiaires.
-
1STE STAGEJAAR – INITIËLE BASISBEROEPSOPLEIDING (FASE 1)
Tijdens zijn eerste stagejaar moet de stagiair de lessencyclus volgen die begint op de datum die het dichtst bij de datum van zijn eedaflegging ligt.
De opleiding omvat dus een gemeenschappelijke basis voor alle advocaten-stagiairs, bestaande uit 84 verplichte lesuren:
- Deontologie (16 uur)
- Praktijk van de burgerlijke rechtsvordering (16 uur)
- Praktijk van de strafrechtelijke procedure (16 uur)
- Praktijk van de administratieve procedure (8 uur)
- Praktijk van de juridische bijstand (8 uur)
- Beheer van het advocatenkantoor en compliance:
- Organisatie van het kantoor, o.a. de sociale en fiscale verplichtingen (4 uur)
- Verplichtingen inzake het voorkomen van witwassen (4 uur)
- IT-tools ter beschikking van advocaten (2 uur)
- Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) (2 uur)
- Alternatieve wijzen van conflictoplossing (8 uur)
Na afloop van alle voornoemde cursussen wordt een examen afgenomen, behalve voor de cursus ‘alternatieve wijzen van conflictoplossing’. Het examen van de cursus ‘kantoorbeheer en compliance’ handelt niet over de AVG noch over de IT-tools waarover advocaten beschikken.
2DE EN 3DE STAGEJAAR – PRAKTISCHE EN GRONDIGE INITIËLE BEROEPSOPLEIDING (FASE 2)
De advocaat-stagiair moet de volgende cursussen volgen:
Twee verplichte cursussen na afloop waarvan een examen wordt afgenomen:
- Grondige deontologie (12 uur)
- Europees recht, met inbegrip van het EVRM (12 uur)
Minimaal 24 uur cursus naar keuze, na afloop waarvan geen examen wordt afgenomen, te kiezen tussen de volgende cursussen (onder voorbehoud van aanpassing tijdens het jaar):
- Arbitragerecht (10 uur)
- Recht van huurovereenkomsten (10 uur)
- Mededingingsrecht (10 uur)
- Handelsdistributie (10 uur)
- Consumentenrecht (10 uur)
- Vreemdelingenrecht (10 uur)
- Faillissementsrecht (10 uur)
- Familiaal recht (10 uur)
- Vastgoedrecht (10 uur)
- Insolventierecht, natuurlijke personen en rechtspersonen (10 uur)
- Stedenbouwkundig recht (10 uur)
- Jeugdrecht (10 uur)
- Recht van overheidsopdrachten (10 uur)
- Lezen van balansen en jaarrekeningen (10 uur)
- Medisch recht (10 uur)
- Vermogensrecht – nalatenschap-vereffening deling (10 uur)
- Grondige administratieve procedure (10 uur)
- Grondige burgerrechtelijke procedure (6 uur)
- Grondige strafrechtelijke procedure (6 uur)
- Intellectuele eigendom (10 uur)
- Wetgevingen ter bescherming van de persoon en de bezittingen (10 uur)
- Aansprakelijkheidsrecht en herstel van lichamelijk letsel (16 uur)
- Beslagrecht en uitvoeringsmiddelen (10 uur)
- Salduz-procedure (6 uur)
- Vennootschapsrecht (10 uur)
- Grondig arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht (16 uur)
- Verkeersrecht (10 uur)
De facultatieve cursussen worden enkel gegeven indien ten minste tien stagiairs zich ervoor hebben ingeschreven één week vóór aanvang van de cursus.
-
Voor de cursussen van fase 1
Binnen de twee weken na ontvangst van de brief van de stafhouder ter bevestiging van de opname in de lijst van de stagiairs, gebruikt de advocaat-stagiair zijn e-mailadres ‘advocaat.be’ (dit adres is als volgt gevormd: ‘voornaam.naam@advocaat.be’) om in te loggen op de portaalsite https://portail.advocaten.be/reset-password en de procedure voor aanmaak van een persoonlijk wachtwoord te doorlopen.
Vervolgens kan de advocaat-stagiair zich inschrijven voor de BUBA-cursussen op de website https://lgo.avocats.be.
Voor de cursussen van fase 2
Ten laatste binnen de maand na ontvangst van de brief waarin hij kennis krijgt van het feit dat hij geslaagd is voor fase 1 van de BUBA-opleiding, moet de advocaat-stagiair zich inschrijven voor de verplichte en facultatieve cursussen.
Hij moet ervoor zorgen dat hij alle cursussen volgt en alle examens aflegt vóór het einde van zijn tweede stagejaar zodat hij, indien hij niet slaagt voor de eerste sessie, zijn BUBA kan behalen vóór het einde van zijn derde stagejaar.
-
Op te merken valt dat de kosten om opnieuw in te schrijven voor een of meerdere cursussen (in geval van niet slagen voor het examen, onvoldoende aanwezigheid, annulering of wijziging door de advocaat-stagiair van de inschrijving voor een cursus minder dan 5 werkdagen vóór het begin van de betrokken cursus) ten laste zijn van de stagiair en gelijk zijn aan € 20 per te volgen lesuur.
-
Enkel een aanwezigheid van ten minste 75% van de uren voor een cursus waarvoor geen examen wordt afgenomen, laat toe deze te valideren.
Examens van fase 1
Alle examens van fase 1 worden mondeling afgenomen.
Op te merken valt dat er geen examen is voor de cursus ‘alternatieve wijzen van conflictoplossing’. Bovendien heeft het examen van de cursus ‘kantoorbeheer en compliance’ geen betrekking op de AVG noch op de IT-tools waarover de advocaten beschikken.
De advocaat-stagiair moet ten minste de score van 10 op 20 behalen in alle materies waarvoor een examen wordt afgenomen of moet ten minste de score van 10 op 20 hebben behaald voor het examen deontologie, het examen ‘kantoorbeheer en compliance’ en in ten minste drie andere materies alsook een gemiddelde van ten minste 50% voor de volledige proef.
Behoudens een met redenen omklede beslissing, die met name wordt gerechtvaardigd door het globale gemiddelde van de punten, kan de jury niet beslissen dat de stagiair geslaagd is voor de examenproef in het geval waarin die stagiair niet ten minste 10 op 20 heeft behaald in vijf materies of indien een van zijn scores lager is dan 9 op 20. Hoe dan ook kan de jury niet beslissen dat de stagiair geslaagd is indien deze laatste niet ten minste 10 op 20 heeft behaald voor het examen deontologie en voor het examen ‘kantoorbeheer en compliance’.
Examens van fase 2
Voor de facultatieve cursussen wordt er geen examen afgenomen.
Voor de verplichte cursussen van de beroepsopleiding wordt er, naargelang de keuze van de docent, een mondeling of een schriftelijk examen afgenomen. Overeenkomstig de door de docent vastgestelde modaliteiten moet de advocaat-stagiair het examen afleggen vóór het einde van de derde maand (buiten het gerechtelijk verlof) of, in geval van een schriftelijke proef, ter gelegenheid van de eerste proef die volgt op het einde van de cursus waarop het examen betrekking heeft.
Om zijn opleidingsattest te behalen moet de advocaat-stagiair ten minste 10 op 20 halen in alle materies waarvoor een examen wordt afgenomen. De examenjury kan echter ook beslissen dat de stagiair voor de proef is geslaagd wanneer hij 10 op 20 heeft behaald voor ten minste drie examens en een gemiddelde van 50% van de punten voor de volledige proef.
Deliberatie – initiële opleiding of beroepsopleiding
Na afloop van de deliberatie door de jury krijgt de stagiair kennis van zijn resultaten door het centrum voor beroepsopleiding en wordt hij in voorkomend geval uitgenodigd om het examen opnieuw af te leggen in alle materies waarvoor hij niet ten minste 10 op 20 heeft behaald (art. 3.16.a van de Codex Deontologie).
-
In principe mag een advocaat-stagiair die een tweede keer niet slaagt, de examens niet opnieuw afleggen. Hij wordt dan echter uitgenodigd door de raad van de Orde om de nodige toelichting te komen verstrekken. De raad kan een derde examensessie toestaan indien de stagiair zich beroept op uitzonderlijke omstandigheden die een geval van overmacht vormen en daarvan ook het bewijs kan leveren. Zo dergelijke omstandigheden niet worden erkend, wordt de advocaat-stagiair geschrapt van de lijst van de stagiairs en moet hij zijn stage van voren af aan beginnen.
-
De stagiair opleiden in het beroep van advocaat
De stagemeester zorgt ervoor dat de stagiair een effectieve beroepsopleiding krijgt. Hij staat hem bij met zijn ervaring, hulp en advies, ook in de behandeling van de persoonlijke dossiers van de stagiair en van de zaken die het Bureau juridische bijstand hem toevertrouwt.
Hij belast de stagiair met uiteenlopende taken zoals juridische opzoekingen, opstellen van brieven, overeenkomsten en procedurestukken, onthaal van cliënten, raadpleging, te ondernemen stappen in het gerechtsgebouw, pleidooien, minnelijke conflictoplossing, vaststelling en facturering van provisies en erelonen enzovoort.
De stagemeester vervult een centrale rol in de opleiding van de advocaat-stagiair.
Hij zorgt ervoor dat de stagiair zijn vak leert op geleidelijke en doeltreffende wijze, door antwoord te geven op zijn vragen en hem te tonen hoe hij een dossier moet aanpakken of zich moet gedragen jegens een cliënt, de tegenpartij, de magistraat en de overheden in het algemeen. De stagemeester verstrekt globale feedback om de stagiair te helpen vorderingen te maken. Het is ook hij die de stagiair leert om te gaan met deadlines en stress, met naleving van de dwingende voorwaarden in verband met het beroep van advocaat maar ook met eerbied voor de eigen grenzen en de persoonlijke levenssfeer van de stagiair. Tot slot is het ook de stagemeester die de advocaat-stagiair leert hoe hij zijn beroep moet uitoefenen met naleving van deontologie en ethiek.
De overeengekomen vergoeding en de inschrijvingskosten voor de opleiding van de stagiair betalen (BUBA-cursussen en ICBB-seminaries)
De vergoeding van de stagiair mag nooit lager zijn dan de jaarlijkse barema’s die de raad van de Orde vaststelt en die op 01.09.2025 gelijk zijn aan:
- € 25.200 excl. btw per jaar tijdens het 1ste jaar (betaald in 12 gelijke maandelijkse betalingen)
- € 32.400 excl. btw per jaar tijdens het 2de en het 3de jaar (betaald in 12 gelijke maandelijkse betalingen)
De maandelijkse betalingen mogen niet worden verlaagd wegens de vervulling van de stageverplichtingen van de stagiair of als gevolg van zijn verlof noch tijdens een arbeidsongeschiktheid van maximum 3 maanden.
Betaling van het inschrijvingsgeld voor de BUBA-cursussen en de ICBB-seminaries
De kosten van de initiële en de beroepsopleiding van de advocaten-stagiairs die ingeschreven zijn op de lijst van de stagiairs, worden gedragen door hun stagemeester, via een bijzondere bijdrage die de raad van de Orde vaststelt.
De stagemeester betaalt deze bijdrage, die momenteel € 3.600 bedraagt en betaalbaar is in twee gelijke schijven. Hij mag de stagiair niet vragen om deze bijdrage terug te betalen, mag ze niet inhouden op het ereloon dat hij aan de stagiair verschuldigd is en mag ze ook niet compenseren met dat ereloon.
De stageovereenkomst kan echter een verplichting tot terugbetaling bevatten indien de stagiair binnen de vier jaar na de inwerkingtreding van die overeenkomst een einde maakt aan de samenwerking zonder dringende reden of zonder ernstige reden die toerekenbaar is aan de stagemeester, of ook indien de stagemeester de overeenkomst beëindigt wegens dringende reden.
Zo de stagiair verandert van stagemeester, is de nieuwe stagemeester hoofdelijk gehouden tot deze terugbetaling ten overstaan van de vorige stagemeester.
De verplichtingen van de stagiair kennen en eerbiedigen door hem de tijd te laten om ze na te komen
De stagemeester moet aan zijn stagiair de tijd laten die deze laatste nodig heeft om al zijn verplichtingen met betrekking tot de stage in acht te nemen, te weten:
- Een verplichte informatiesessie volgen;
- De lessen volgen en slagen voor de examens voor de cursussen van het 1ste jaar;
- Een seminarie volgen van 3 dagen opleiding in schriftelijke en mondelinge communicatie, georganiseerd door het instituut voor communicatie van de balie van Brussel (ICBB);
- Slagen voor de proef van redactie van conclusies en pleidooien;
- Deelnemen aan ten minste 12 permanenties van het Bureau juridische bijstand;
- 6 dossiers van juridische bijstand behandelen;
- De cursussen volgen en slagen voor de examens voor de cursussen van het 2de jaar en het 3de jaar;
- Twee van de seminaries volgen die het ICBB organiseert (4 dagen) tijdens zijn 2de of 3de stagejaar;
- Deelnemen aan twee halve dagen op het terrein.
Erover waken dat de stagiair de deontologie kent en naleeft
De stagemeester ziet erop toe dat de advocaat-stagiair de deontologische regels opneemt in zijn dagelijkse praktijk, te beginnen door op dit vlak zelf een voorbeeldrol te vervullen. Deze verplichting heeft ook betrekking op de antiwitwaswetgeving en de inachtneming van de AVG.
De stagiair helpen met zijn integratie aan de balie
De stagemeester waakt erover dat de stagiair zich integreert in het kantoor en aan de balie. Hij legt hem uit welke de rol is van de verschillende instanties van de Orde en, in de mate van het mogelijke, van de verschillende verenigingen en commissies binnen de Orde zoals het Carrefour des stagiaires (www.carrefourdesstagiaires.com) en de Conferentie van de Jonge Balie (www.cjbb.be).
Blijk geven van welwillendheid en eerbied hebben voor het welzijn en de privacy van de stagiair
Hoe dan ook moet de stagemeester ervoor zorgen dat de scholing tot het beroep van advocaat plaatsvindt binnen een welwillend kader en met eerbied voor de persoonlijke levenssfeer van de stagiair. Het beroep van advocaat is geen gemakkelijk beroep. Het vereist discipline, flexibiliteit en omgaan met stress. De rol van de stagemeester bestaat erin om ervoor te zorgen dat deze scholing op geleidelijke wijze verloopt en met eerbied voor elke betrokkene.
Het verslag op het einde van de stage aanvullen
Na drie jaar effectieve stage kan de stagiair die al zijn verplichtingen is nagekomen, vragen om te worden ingeschreven op het tableau van advocaten. Het onderzoek van zijn aanvraag heeft meer bepaald betrekking op de stageverslagen die zijn ingevuld door de verschillende stagemeesters die hem hebben begeleid sinds zijn aankomst bij de balie.
De inschrijving op het tableau is een belangrijke stap in het beroepsleven van de stagiair; aan de stagemeester wordt gevraagd de nodige tijd te nemen om met de stagiair te bespreken welke weg hij heeft afgelegd sinds zijn eedaflegging alsook hoe hij zijn toekomst ziet.
-
stagemeester zoeken, en zich ervan vergewissen dat deze nieuwe stagemeester wordt erkend door de Orde, maar moet ook zijn huidige stagemeester daarvan op de hoogte brengen en bij deze laatste, in principe, een opzegtermijn van 3 maanden presteren (artikel 3.9 van de Codex Deontologie).
Zo er aan de overeenkomst met de vorige stagemeester een einde moet komen alvorens de nieuwe stageovereenkomst met een erkende stagemeester kan worden gesloten, is er reden om aan de vicestafhouder te vragen de stage op te schorten in overeenstemming met artikel 3.3 §2 van de Codex Deontologie.
Deze periode van opschorting van de stage wordt niet meegerekend in de duur van de stage.
-
Deze lijst is hier te vinden.
-
Er moet een schriftelijk verzoek worden gericht aan elk secretariaat, ter attentie van de twee betrokken stafhouders, om van balie te veranderen. Deze brief moet de volgende gegevens bevatten: de naam van de toekomstige erkende stagemeester en een overzicht van de reeds nagekomen verplichtingen of van de verplichtingen waarvan de naleving in uitvoering is. De overeenkomst (model van de balie waarheen wordt overgegaan) moet worden bijgevoegd ter controle.
Wanneer de respectieve secretariaten de goedkeuring van de stafhouders hebben ontvangen, nemen ze contact met elkaar op voor het toesturen van uw administratief dossier.
Sommige stageverplichtingen verschillen van de ene tot de andere balie; u dient zich te schikken naar de richtlijnen van de balie waarheen u overstapt.
-
In geval van verbreking van de stageovereenkomst moet u de volgende actie ondernemen:
- De vicestafhouder op de hoogte brengen (stage@barreaudebruxelles.be);
- Een opzegtermijn presteren, die in principe 3 maanden duurt en kan worden vervangen door een compenserende vergoeding.
De overeenkomst kan ook worden verbroken zonder opzegtermijn of vergoeding, bij onderling akkoord tussen de partijen of in geval van zware fout die naar behoren wordt aangetoond. Zo er in dit verband een geschil ontstaat, kunnen de partijen zich richten tot de vicestafhouder.
Opgelet: hoe dan ook moet de stagiair, vanaf het einde van de samenwerking, onmiddellijk vragen om de stage op te schorten in afwachting dat een nieuwe stageovereenkomst met een erkende stagemeester wordt gesloten.
-
Artikel 3.2 van de Codex Deontologie bepaalt dat de periode van stage in een buitenlands advocatenkantoor of binnen een onderneming bij een bedrijfsjurist die sedert ten minste 5 jaar is erkend bij het IBJ of ook als referendaris bij een internationaal rechtscollege in aanmerking mag worden genomen voor de duur van de stage indien de volgende drie voorwaarden vervuld zijn:
- De stagiair moet één jaar stage hebben afgelegd en tijdens dat jaar hebben voldaan aan de verplichtingen die op hem van toepassing zijn;
- De stagiair moet de voorafgaande toelating van de stafhouder hebben verkregen;
- De stagiair moet aan de stafhouder een gedetailleerd verslag overleggen van zijn activiteiten tijdens de betrokken periode. Dit verslag moet worden goedgekeurd door zijn stagemeester(s), door de bedrijfsjurist bij wie hij zijn stage heeft afgelegd of door de magistraat bij wie hij referendaris is geweest.
De stagiair blijft onderworpen aan de tucht van de Orde, onverminderd de inachtneming van de deontologie die eigen is aan de activiteit die hij uitoefent. Hij is zijn bijdrage aan de Orde verschuldigd voor de volledige duur van de stage die hij aflegt in het buitenland of in de betrokken onderneming.
De duur van de stageperiode bij een buitenlandse balie of in een internationaal rechtscollege mag niet meer dan één jaar bedragen; binnen een onderneming mag ze niet meer dan één jaar voltijds of twee jaar deeltijds bedragen.
-
De opschorting van de stage betreft een periode waarin de stagiair geen erkende stagemeester heeft of tijdelijk geen 900 uur per jaar kan werken voor een stagemeester. Een advocaat-stagiair die niet kan werken onder de hoede van een stagemeester, mag geen enkele handeling als advocaat meer stellen en moet een opschorting van zijn stage vragen.
De periode van opschorting van de stage wordt niet meegerekend bij de duur van de stage. De advocaat-stagiair blijft ingeschreven op de lijst van de stagiairs, maar mag geen enkele beroepsactiviteit als advocaat uitoefenen en geniet geen enkel recht of voordeel noch eender welk prerogatief dat aan een advocaat wordt verleend.
De voortzetting van de BUBA-cursussen en -examens, van de ICBB-seminaries en van de pleitoefening is toegestaan en wordt zelfs aanbevolen. De advocaat-stagiair mag deelnemen aan de permanenties maar mag geen enkel dossier voor zijn rekening nemen daar hij geen enkele handeling als advocaat mag stellen.
De opschorting van de stage ontslaat de advocaat-stagiair niet van de betaling van de bijdrage aan de Orde noch van de naleving van de tucht van de Orde. Daar de advocaat-stagiair advocaat blijft tijdens de opschorting van zijn stage, is hij ook gehouden tot:
- De inachtneming van de principes van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid;
- De verplichting om te beschikken over (i) een hoofdkantoor in het gerechtelijk arrondissement Brussel en (ii) een professioneel e-mailadres.
De opschorting van een of meerdere stageverplichtingen (‘opschorting van de stageverplichtingen’) heeft betrekking op een periode waarin, op heel uitzonderlijke wijze, de advocaat-stagiair het beroep van advocaat mag uitoefenen tijdens een periode die in principe niet langer dan 1 jaar mag duren, terwijl hij niet alle verplichtingen van de stage nakomt. Deze uitzonderlijke maatregel kan enkel worden toegestaan indien de advocaat-stagiair ten minste één jaar stage heeft afgelegd en hij in de loop van dat jaar zijn verplichtingen is nagekomen.
De periode van opschorting van de stageverplichtingen wordt meegeteld bij de berekening van de duur van de stage.
-
Op vraag van de stagiair en bij beslissing van de raad van de Orde heeft de onderbreking betrekking op de situatie waarin de stagiair de balie wenst te verlaten en zijn weglating vraagt, bijvoorbeeld om een ander beroep uit te oefenen of een reis te maken.
Artikel 3.3 § 3 van de Codex Deontologie bepaalt dat indien de advocaat-stagiair op een dag de uitoefening van het beroep van advocaat weer wenst op te nemen, hij opnieuw alle verplichtingen van de stage moet nakomen, tenzij de raad van de Orde een afwijking toestaat in uitzonderlijke gevallen. De advocaat-stagiair behoudt echter de gunst van het bekwaamheidsattest voor het beroep van advocaat (CBUBA) zo hij dat minder dan drie jaar vóór het verzoek tot herinschrijving heeft behaald.
Opgelet: De vicestafhouder van de Orde moet verplicht op de hoogte worden gebracht (via het secretariaat van de stage – stage@barreaudebruxelles.be), door zowel de advocaat-stagiair als de stagemeester, van de verbreking van de overeenkomst tussen beide partijen tijdens de stage en dit vanaf het ogenblik van die verbreking (i.e. vanaf de kennisgeving van de verbreking).
-
Op het einde van de drie jaar stage (vanaf de inschrijving op de lijst van de stagiairs) en eens er is voldaan aan alle stageverplichtingen (permanenties, seminaries, opleidingsuren …) past het om de volgende acties te ondernemen:
- Een afsluitend verslag opstellen voor elk voltooid BJB-dossier en de lijst daarvan toesturen aan het secretariaat van de stage;
- Verifiëren dat de aangiften van derdenrekening wel degelijk zijn verricht (op het platform vanaf 2024 en aan de schatbewaarder van de Orde (carpa@barreaudebruxelles.be) voor de vroegere aangiften);
- De verslagen van de stagiair, de stagemeester(s), de permanentiechef(s) aanvullen of doen aanvullen.
-
De verslagen zijn beschikbaar in het professionele gedeelte van de website van de Orde (rubriek ‘stage’).
Een modelbrief om het verzoek in te dienen is beschikbaar. Het verzoek moet worden gericht aan de stafhouder, op het adres van het secretariaat van de stage (stage@barreaudebruxelles.be).
-
Zolang er niet aan alle stageverplichtingen is voldaan , blijft de advocaat-stagiair een stagiair en blijft de stageovereenkomst van kracht tot de datum van inschrijving op het tableau van advocaten; met deze inschrijving komt er automatisch een einde aan de stageovereenkomst.
Zo de raad van de Orde meent dat de voorwaarden zijn vervuld, krijgt de advocaat-stagiair een brief van de stafhouder ter bevestiging van zijn inschrijving op het tableau.
Indien de stagiair na een periode van 5 jaar stage echter nog niet al zijn stageverplichtingen is nagekomen, kan de raad van de Orde beslissen om hem te schrappen van de lijst van de advocaten-stagiairs.
-
- De stafhoudster:
Mevrouw de stafhoudster, meester Marie DUPONT
batonnier@barreaudebruxelles.be
02/508.66.59 (om een afspraak te maken)
Als hoofd van de Orde zit zij de raad voor, vertegenwoordigt ze de balie van Brussel bij derden en de OBFG en ziet ze erop toe dat de advocaten de deontologie en de tucht eerbiedigen.
- De vicestafhouder:
De heer vicestafhouder, meester Marc DAL
marc.dal@barreaudebruxelles.be
0475/59.50.22
Hij zal de huidige stafhoudster opvolgen op het einde van haar mandaat van 2 jaar; hij heeft als opdracht erover te waken dat de 950 stages in uitvoering bij de balie van Brussel correct verlopen voor zowel de stagiairs als de stagemeesters.
Hij wordt bijgestaan door:
- Meester Françoise DACHE, directrice van het departement stage en opleiding (francoise.dache@barreaudebruxelles.be – 0476/27.02.52)
- Het departement stage en opleiding
Regentschapsstraat 63 te 1000 Brussel (1ste verdieping)
stage@barreaudebruxelles.be – 02/519.83.23 en 02/519.83.47
formation@barreaudebruxelles.be – 02/519.83.42
- De stagecommissie
De stagecommissie wordt voorgezeten door de vicestafhouder. Ze behandelt geschillen tussen de stagemeesters en de advocaten-stagiairs, verstrekt adviezen over eender welke collectieve problemen met betrekking tot stages en onderzoekt, geval per geval, de dossiers die worden toegestuurd aan de stafhouder en verband houden met de inschrijving van een advocaat-stagiair op de lijst van de stagiairs of het tableau (artikel 3.21 van de Codex Deontologie).
Naast deze opdrachten brengt de stagecommissie een voorafgaand advies uit wanneer de raad van de Orde een beslissing moet nemen met betrekking tot een eventuele verlenging van de duur van de stage of een schrapping van de lijst van de stagiairs. Ze voert ook alle controles uit die ze nuttig acht ten aanzien van de stagemeester of de advocaat-stagiair in het kader van de bepalingen van titel 3 van de Codex Deontologie en van het Brussels deontologisch reglement (artikel 3.21.a van het Brussels deontologisch reglement).
Advocaten-stagiairs kunnen bij de stagecommissie terecht met al hun vragen betreffende de organisatie van de stage, ongeacht of het gaat om individuele problemen waarmee ze tijdens de stage te maken krijgen of om hervormingen die ze voorstellen met als doel het statuut en de opleiding van stagiairs te verbeteren.
- De sociale dienst van de balie
Cécile Roba – 0473/170.091 – 02/508.62.69 – cecile.roba@barreaudebruxelles.be
Staat ter beschikking van alle advocaten bij de balie van Brussel, in alle vertrouwelijkheid, zelfs ten overstaan van de stafhouder.
- Het Carrefour des stagiaires, i.e. de vzw die belast is met het onthaal, de integratie en de verdediging van de belangen van de stagiairs bij de Brusselse balie.
Het wordt voorgezeten door de gedelegeerde van de stagiairs die elk jaar wordt verkozen door de advocaten-stagiairs.
Dit jaar is meester Alexandra Blankoff de gedelegeerde van de stagiairs.
https://carrefourdesstagiaires.com/
- De Conferentie van de Jonge Balie van Brussel (CJBB), die belast is met de organisatie van de pleitoefeningen en van de vele wetenschappelijke, culturele en feestelijke activiteiten.
Déontologie
-
Artikel 441 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt: “In hun ambtsverrichtingen dragen de advocaten de kledij die de Koning voorschrijft.”
Onder invloed van het gebruik is er echter enige nuancering aangebracht bij de schijnbaar algemene aard van deze bepaling.
Aldus draagt een advocaat de toga wanneer hij een cliënt bijstaat of vertegenwoordigt voor:
- de internationale rechtscolleges,
- de rechtscolleges van de gerechtelijke orde (Grondwettelijk Hof, Hof van Cassatie, hoven van beroep en arbeidshof, rechtbanken van eerste aanleg, arbeids- en ondernemingsrechtbanken, politierechtbanken, vredegerechten), behalve wanneer het gaat om een gedecentraliseerd vredegerecht,
- de Raad van State en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, maar niet voor de andere bestuurlijke instanties (CGVS, beroepscommissies enzovoort),
- een magistraat van de zetel of het parket,
- de instanties van de Orde (stafhouder, raad van de Orde, tuchtraad en beroepstuchtraad), maar niet voor de stagecommissie.
Hij draagt de toga ook:
- in geval van persoonlijke verschijning voor de stafhouder of de raad van de Orde, met inbegrip van wanneer deze zetelt in een administratief geschil (stage, aanvraag van erkenning, verzoek tot inschrijving enz.), maar niet voor de stagecommissie noch wanneer hij het voorwerp uitmaakt van tuchtrechtelijke vervolgingen voor de tuchtraad of de beroepstuchtraad,
- op de zittingen waar eer wordt betoond aan een overledene en ter gelegenheid van beroepsjubilea, maar niet op de gewone of buitengewone algemene vergaderingen van de Orde,
- tijdens de permanenties van het Bureau juridische bijstand, maar niet tijdens de gedecentraliseerde eerstelijnspermanenties. Het is toegestaan dat een advocaat de toga draagt om zich van het ene naar het andere gerechtelijk gebouw op de campus Poelaert te begeven. De toga wordt steeds dichtgeknoopt en mag, daar ze de uiting is van de gelijkheid tussen advocaten, geen versiering hebben noch enig onderscheidingsteken van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard.
-
De vraag kan absurd lijken: daar de stage wordt gezien als een periode tijdens dewelke de stagiair onder het toezicht van zijn stagemeester wordt gevormd in de uitoefening van het beroep van advocaat, is het dan niet tegenstrijdig dat hij die vorming elders dan binnen de balie zou verwerven?
En toch ... Hoewel ons beroep vele specifieke eisen inhoudt, blijft het onlosmakelijk verbonden met het verlenen van juridische diensten aan de cliënt: de advocaat adviseert, de advocaat verzoent, de advocaat verdedigt zijn cliënt. Bestaat er dan een betere manier om deze opdrachten te vervullen dan door zich open te stellen voor andere horizonten en door meer bepaald te begrijpen welke de specifieke noden zijn van de personen die ons raadplegen en de personen met wie we te maken zullen krijgen in de uitoefening van ons vak?
Zo mogen stagiairs, hoewel het opleidingsprogramma bepaalt dat ze tijdens hun stage moeten deelnemen aan ten minste twaalf BJB-permanenties, er maximaal vier daarvan vervangen door deel te nemen aan het programma dat wordt opgezet door het Carrefour des stagiaires: zo mogen ze gedurende een halve dag mee op stap gaan met een gerechtsdeurwaarder of een lid van het parket, mogen ze met een magistraat van de zetel een zitting bijwonen of ook een gevangenis bezoeken.
Voor zover de stagiair ten minste één jaar stage heeft voltooid en heeft voldaan aan de verplichtingen die hij in de loop van dat jaar moet nakomen, mag hij – met de toelating van de vicestafhouder – gedurende maximaal één jaar (of twee jaar indien deeltijds) een deel van zijn stage in het buitenland verrichten, in een advocatenkantoor, als referendaris bij een internationaal rechtscollege of ook als bedrijfsjurist. Deze periode mag in aanmerking worden genomen wat betreft de duur van de stage, op voorwaarde dat de stagiair een gedetailleerd verslag indient over de activiteiten die hij in dit kader heeft verricht; dit verslag moet worden goedgekeurd door zijn stagemeester alsook door de persoon aan wiens zijde hij in de betrokken periode heeft gewerkt (buitenlandse advocaat, magistraat of bedrijfsjurist).
-
Sinds de inwerkingtreding, op 5 december 2022, van het reglement van de OBFG tot wijziging van de artikelen 4.63 en volgende van de Codex Deontologie, is de bepaling van kracht volgens dewelke “de advocaat de titel van specialist of eender welke analoge term niet vermeldt indien hij daarvoor niet de toelating heeft gekregen krachtens een definitieve beslissing in de zin van dit hoofdstuk”.
Deze toelating dient ter bekrachtiging van de “grondige kennis, ervaring en praktijk van een specifieke rechtsmaterie”. Het woord ‘grondig’ heeft betrekking op zowel ‘de kennis’, ‘de ervaring’ als ‘de praktijk’ van de betrokken materie.
Daaruit volgt dat indien hij niet als zodanig is erkend door de raad van de Orde overeenkomstig de procedure zoals ingevoerd door de artikelen 4.65 en volgende van de Codex Deontologie, de advocaat zich niet mag voorstellen, op welke drager ook:
- als ‘specialist’,
- noch door zichzelf te omschrijven als ‘gespecialiseerd’, ‘deskundige’, ‘beschikkend over grondige bekwaamheid’ of met eender welke term die doet denken dat hij beschikt over grondige kennis, ervaring en praktijk in deze of gene rechtstak.
De specifieke bepalingen van de erkenningsprocedure werden voorgesteld in de vorige kroniek.
-
Krachtens artikel 1.2, lid 3 tot lid 5 van de Codex Deontologie is de advocaat die, persoonlijk of via zijn ‘structuur van uitoefening’ (beroepsvennootschap, kantoor, vereniging enz.) “betrokken is bij een insolventieprocedure of een dergelijke procedure inleidt”, gehouden zijn stafhouder daarvan op de hoogte te brengen. Hetzelfde geldt in het geval waarin hij wordt opgeroepen voor de kamer van ondernemingen in moeilijkheden of in geval van aanwijzing van een gerechtelijk bemiddelaar of een voorlopig bewindvoerder. Tot slot moet de stafhouder ook op de hoogte worden gehouden “van de evolutie van de procedure”.
Deze bepaling is de tegenhanger van de artikelen 6.35 en 6.37 van dezelfde Codex, die voorzien in een analoge informatieplicht ten laste van advocaten die een vordering, een klacht of zelfs een gewoon verzoek in rechte moeten indienen tegen een confrater.
Wellicht laat dergelijke informatieverstrekking de autoriteiten van de Orde toe om te waken over de inachtneming van de essentiële waarden van het beroep en cliënten te beschermen tegen bepaalde risico’s. In het verleden is het wel eens gebeurd – zelfs indien dergelijke gevallen zeer zeldzaam zijn, waarover we ons alleen maar kunnen verheugen – dat advocaten die met tijdelijke moeilijkheden werden geconfronteerd, gebruik maakten – om hun persoonlijke tekorten aan te zuiveren – van een deel van het geld dat op hun kwaliteitsrekening (derdenrekening) stond, geneigd waren om erelonen aan te rekenen die overdreven waren ten opzichte van het principe van de billijke gematigdheid of ook de neiging hadden om de armen te laten zakken en de behandeling van de hun toevertrouwde dossiers verwaarloosden.
De stafhouder kennis geven van de opening van een insolventieprocedure stelt hem in staat om zijn prerogatieven ten volle uit te oefenen. Zo kan hij, wanneer dat noodzakelijk blijkt, handelen op het vlak van de tucht of de maatregelen nemen die hij passend acht.
Dat is natuurlijk niet wat essentieel is: in de meeste gevallen kan de stafhouder, die aldus kennis heeft gekregen van de situatie, aanbevelen om gebruik te maken van maatregelen ter begeleiding van de advocaat die door de balie worden georganiseerd. Het huidige nummer van Forum geeft daarvan verschillende voorbeelden.
Of het nu gaat om de rol van bijstand door de professionele en sociale commissie, de begeleiding door een lid van de door de Orde samengestelde groep van advocaten die het insolventierecht beoefenen, het advies van onze maatschappelijk assistente, mevrouw Cécile Roba, om betalingsfaciliteiten of een vrijstelling van betaling van de bijdragen aan de Orde, om het partnerschap met het door BECI opgerichte centrum voor ondernemingen in moeilijkheden: er staan vele diensten ter beschikking van advocaten die met financiële moeilijkheden kampen, met als doel hen te helpen deze moeilijke periode te boven te komen.
Zowel in dit domein als in vele andere zal de stafhouder des te meer bij machte zijn om zijn opdracht van vertrouweling en eerste adviseur van de advocaten van de Orde te vervullen indien zij hem snel op de hoogte brengen van de moeilijkheden waarmee ze worden geconfronteerd.
-
De vennootschap via dewelke de advocaat het beroep uitoefent, kan – zoals eender wie – betrokken geraken bij een geschil: invordering van achterstallige erelonen, betwisting van de factuur van een leverancier, geschil in verband met onroerend goed, een fiscaal geschil of een geschil in verband met het arbeidsrecht enzovoort.
Net zoals artikel 1.2, lid 2, van de Codex Deontologie bepaalt dat een advocaat die persoonlijk betrokken is bij een procedure zich er moet laten vertegenwoordigen door een confrater, verbiedt artikel 2.35.1 van dezelfde Codex meer bepaald aan een advocaat die een opdracht van beheer of toezicht jegens een rechtspersoon uitoefent om te verschijnen of te pleiten in naam van die rechtspersoon, ongeacht of dat gebeurt als advocaat of als statutair vertegenwoordiger.
De advocaat van wie de beroepsvennootschap een partij is bij het geschil en die dus gehouden is een beroep te doen op een confrater, die natuurlijk geen deel uitmaakt van zijn eigen kantoor, mag aan die confrater – met de nodige kiesheid – zijn bijstand verlenen om het geschil in staat te stellen.
De raadsman die de beroepsvennootschap zal vertegenwoordigen, blijft echter gebonden door de plichten van het beroep. Wanneer hij optreedt voor de beroepsvennootschap van een confrater, oefent hij een opdracht van advocaat uit die hij dient te vervullen overeenkomstig zijn plicht van onafhankelijkheid jegens zijn cliënte. Zo vallen de conclusies die hij voor haar zal neerleggen, onder zijn aansprakelijkheid als advocaat, en hetzelfde geldt voor de stellingen en argumenten die hij zal overleggen aan het rechtscollege waar het geschil aanhangig zal zijn gemaakt.
Enkele jaren geleden meende de raad van onze Orde bovendien dat het niet in strijd is met het confraterschap om kosten en erelonen te factureren aan de confrater die men aldus bijstaat of vertegenwoordigt, persoonlijk of via zijn beroepsvennootschap; tegelijk moeten in een dergelijk geval de nodige bewijsstukken worden overgelegd.
-
In de uitoefening van een gerechtelijk mandaat dat een rechtscollege aan hem heeft toevertrouwd, gebeurt het regelmatig dat de advocaat – in die hoedanigheid – een schuld moet betwisten, een derde aansprakelijk moet stellen, qualitate qua moet tussenkomen als eiser of als verweerder in een gerechtelijke procedure, moet onderhandelen over een dading enzovoort.
Mag hij, na zijn mandaat te hebben voltooid, aanvaarden de advocaat te worden van de persoon ten gunste van wie hij dat mandaat heeft uitgeoefend of van de rechthebbenden van die persoon, meer bepaald met het oog op de voortzetting van de betwisting, de procedure of de onderhandelingen die hij als mandataris had opgestart?
Het onafhankelijkheidsbeginsel moet hem ertoe bewegen een dergelijke opdracht te weigeren. Als advocaat mag hij immers niet verdedigen wat hij persoonlijk had ondernomen in zijn hoedanigheid van gerechtelijk mandataris, zelfs niet voor rekening van de persoon of personen ten gunste van wie hij dat mandaat heeft uitgeoefend. Zo hij dat wel zou doen, zou hij immers zijn eigen beslissingen moeten verdedigen.
In dit opzicht verschilt zijn situatie van die van de advocaat die een cliënt heeft ontvangen ter gelegenheid van een consultatie en deze cliënt vervolgens bijstaat in het kader van het geschil dat er de oorzaak van was of er het gevolg van is.
A fortiori verbieden de onafhankelijkheid en de kiesheid hem de raadsman te zijn van de tegenpartijen.
Op deze manier moet artikel 5.43 van de Codex Deontologie worden begrepen, dat bepaalt dat een advocaat niet mag optreden in een zaak waarvan hij al “kennis heeft genomen … als ambtenaar, rechter, arbiter of bemiddelaar … of in eender welke andere vergelijkbare functie …”.
Tijdens zijn zitting van 14 mei 2025 heeft de raad van de Orde bevestigd dat de woorden ‘vergelijkbare functie’ in artikel 5.43 van de Codex Deontologie meer bepaald betrekking hebben op gerechtelijke mandaten. Bijgevolg mag een advocaat die met een dergelijk mandaat werd belast, eens hij zijn opdracht heeft voltooid, niet optreden als advocaat in een zaak waarvan hij al kennis heeft moeten nemen als gerechtelijk mandataris.
Een ontwerp tot hervorming van titel 2 van de Codex Deontologie voorziet in een wijziging van dit artikel 5.43 teneinde er uitdrukkelijk te bepalen dat een advocaat niet mag tussenkomen in een zaak waarvan hij al kennis heeft gehad als gerechtelijk mandataris.
-
De artikelen 7.4 en volgende van de Codex Deontologie staan toe dat een advocaat het woord neemt in de pers in verband met de zaken waarin hij optreedt; hij moet daarvoor wel het akkoord van zijn cliënt krijgen en moet zich beperken tot de noden van het verweer van de rechten van die cliënt.
In zijn uitwisselingen met de media, ongeacht de drager of het medium (geschreven, audiovisuele, digitale … pers), schikt de advocaat zich bovendien scrupuleus naar de regels van het beroep: hij bewaart het beroepsgeheim en de vertrouwelijkheid van de uitwisselingen tussen advocaten, hij geeft blijk van waardigheid, kiesheid en loyauteit, en hij heeft eerbied voor het confraterschap. Deze regels zijn eveneens van toepassing wanneer de advocaat het woord neemt in verband met een zaak waarin hij is tussengekomen.
Gewoonlijk neemt de advocaat die weet dat hij met betrekking tot een dossier (lopend of voltooid) zal moeten tussenkomen in de media, van tevoren contact op met zijn stafhouder.
-
L’article 5.100.a du Règlement déontologique bruxellois dispose que « l’avocat ne défend pas les intérêts d’un membre de sa famille proche, ni ceux d’un confrère dont il est l’associé, le collaborateur ou le maître de stage ou avec lequel il exerce en commun la profession au sens des articles 4.14 et suivants du Code de déontologie ».
Au cours de l’année judiciaire 2002-2003, le conseil de l’Ordre a précisé que ce principe, qui existait dès avant l’adoption du Règlement déontologique bruxellois, s’appliquait également lorsque l’avocat défend une personne morale, représentée par l’un de ses parents proches et dont il tient ses instructions.
Le bâtonnier Nyssens ajoute dans son Introduction à la vie du barreau, que l’interdiction s’applique également à la société au sein de laquelle « un parent ou un proche détient une majorité significative ou exerce des fonctions exécutives ».
L’indépendance est en effet l’une des pierres angulaires de l’exercice de la profession d’avocat. C’est parce qu’elle est indépendante, que la défense est pertinente et contribue à l’œuvre de justice ; c’est parce que l’avocat est indépendant de son client, qu’il peut défendre au mieux ses intérêts.
Au-delà du devoir d’indépendance, c’est également le principe de délicatesse qui conduit l’avocat à ne pas défendre un proche ou la société de celui-ci : l’absence de proximité avec le client, voire d’intérêt commun avec lui, participe à l’éthique de la profession.
Coûts et honoraires
-
Het ereloon van de advocaat is de tegenprestatie voor zijn dienstverlening en de prestaties die hij voor u verricht.
Dit werk omvat meer bepaald:- Intellectuele prestaties zoals de opmaak van contracten, consultaties, procedurehandelingen;
- De uitwisseling van correspondentie;
- Vergaderingen;
- Gesprekken;
- Vertegenwoordiging voor hoven en rechtbanken en andere instanties.
Uw advocaat besteedt ook veel tijd aan taken die niet zichtbaar zijn, zoals het bestuderen van het dossier, opzoekingen in de rechtsleer en de rechtspraak evenals het administratieve werk in verband met het beheer van het dossier.
Los van zijn ereloon kan de advocaat u ook vragen om de kosten te betalen die hij maakt in het kader van uw dossier, zoals kosten van correspondentie, fotokopieën, telefoon, verplaatsingen enzovoort.
De advocaat zal u ook vragen om zijn voorschotten vooruit of terug te betalen; het gaat om de bedragen die hij aan derden zal hebben betaald voor de noden van uw dossier, zoals deurwaarders-, griffie- en expertisekosten.
Vaak recupereert een cliënt het ereloon van een advocaat dankzij de besparingen die via zijn tussenkomst worden gerealiseerd.
-
Door de onvoorziene omstandigheden die eigen zijn aan elke procedure, zou het niet realistisch zijn om van uw advocaat te eisen dat hij al onmiddellijk een nauwkeurige raming maakt van het totale bedrag van zijn ereloon en kosten.
Toch zal uw advocaat proberen om u, in de mate van het mogelijke, een raming – zelfs bij benadering – te geven van zijn ereloon en kosten. Hij zal u regelmatig verzoeken tot provisie of tussentijdse staten toesturen om te vermijden dat grote bedragen zich opstapelen waarvan de betaling steeds moeilijker zou worden.
-
Zo u meent dat de kosten en het ereloon die van u worden gevraagd, overdreven zijn of indien u niet begrijpt waarom een bepaalde prestatie werd gefactureerd, moet u niet twijfelen om dit eerst met uw advocaat te bespreken.
Vaak maakt dialoog het mogelijk om zaken op te helderen en moeilijkheden op te lossen.
Zo het probleem blijft bestaan, kunt u – zo u dat wenst – gebruik maken van de gratis verzoeningsprocedure die de Orde van advocaten organiseert. In 75% van de gevallen leidt deze minnelijke procedure tot een akkoord; bovendien is ze gratis.
-
Vraag aan uw advocaat, voorafgaand aan zijn interventie, hoe hij zijn ereloon en de kosten berekent.
Er bestaan vier hoofdmethoden om het ereloon te berekenen:Methode van het uurtarief
Met deze methode registreert de advocaat de tijd die hij aan het dossier besteedt en factureert hij die tijd tegen het (de) uurtarief (-tarieven) van zijn kantoor.
De uurtarieven variëren sterk van de ene tot de andere advocaat, meer bepaald in functie van zijn bekendheid, specialisatie, ervaring of organisatie. Deze tarieven kunnen ook rekening houden met het belang, de moeilijkheid of de dringendheid van de zaak en met uw financiële draagkracht.Methode van het percentage op de inzet
Met deze methode wordt het ereloon berekend op basis van een percentage op de reële inzet van de zaak. Het wordt vastgesteld na afloop van de zaak, meer bepaald rekening gehouden met het behaalde resultaat. De wet verbiedt echter om het ereloon uitsluitend afhankelijk te maken van het verkregen resultaat.
Het toegepaste percentage kan variëren in functie van niet alleen het verkregen resultaat, maar ook dezelfde parameters die van toepassing zijn bij het uurtarief: bekendheid, specialisatie, ervaring en organisatie van de advocaat, belang, moeilijkheid of dringendheid van de zaak, de financiële draagkracht van de cliënt.Methode van het forfait
Het forfait wordt berekend volgens forfaitaire prestaties of volgens een overeengekomen globaal forfait.
In het geval van een forfait per prestatie noteert de advocaat elke geleverde prestatie in het dossier en factureert hij die tegen een forfaitaire prijs.
In het geval van een globaal forfait wordt het totale bedrag van het ereloon voor een zaak forfaitair vastgesteld.Methode van het abonnement
Het ereloon bestaat uit een forfaitair bedrag voor een bepaalde tijdsperiode (maand, kwartaal, semester of jaar) of voor een bepaald aantal zaken.
De gekozen methode kan ook een combinatie zijn van meerdere van de hierboven beschreven methoden.
Er moet geen enkele bijzondere formaliteit in acht worden genomen.
Het staat u volledig vrij om samen met uw advocaat zijn opdracht, werkrooster, ereloon enzovoort vast te stellen.
-
Dankzij de informatie over het ereloon krijgt u een zo nauwkeurig mogelijk beeld van de wijze waarop de kosten en het ereloon worden berekend die van u zullen worden gevraagd, alsook van hun periodiciteit. U moet niet aarzelen om aan uw advocaat eender welke toelichting in verband hiermee te vragen.
Modes alternatifs de règlement des conflits
-
- Tijdwinst: Vaak zijn deze methodes sneller dan gerechtelijke procedures en laten ze toe om conflicten in enkele weken in plaats van enkele maanden of zelfs jaren op te lossen.
- Vertrouwelijkheid: In tegenstelling met openbare gerechtelijke procedures garanderen de alternatieve wijzen totale vertrouwelijkheid wat betreft de persoonlijke levenssfeer van de partijen en de details van het geschil.
- Behoud van de relaties: Deze methoden, die dialoog en samenwerking bevorderen, helpen om de relaties tussen de partijen te behouden, wat vaak cruciaal is in het kader van familiale of handelsconflicten.
- Behoud van autonomie: De partijen behouden meer controle wat betreft het eindresultaat, door rechtstreeks of met deskundigen samen te werken om tot een akkoord te komen.
- Minder kosten: De kosten voor de alternatieve wijzen zijn vaak lager dan de kosten van een gerechtelijke procedure, wat toelaat de uitgaven van de partijen te verlagen.
-
- De partijen vinden autonomie in de definitie en het beheer van hun conflict. Samen kunnen ze op zoek gaan naar creatieve oplossingen, op maat, die toelaten de conflictsituatie achter zich te laten en de openbare orde te eerbiedigen.
- Bemiddeling laat toe de kosten en de tijd te beheersen, die vaak lager zijn/korter is dan bij klassieke gerechtelijke procedures; daardoor wordt het proces toegankelijk en efficiënt.
- Het bemiddelingsproces is volkomen vertrouwelijk, wat garandeert dat de discussies en de gemaakte afspraken privé blijven.
- Bemiddeling houdt rekening met de relationele aspecten tussen de partijen, wat bevorderlijk is voor een duurzame en bevredigende oplossing voor alle betrokkenen.
- Oplossingen die in het kader van bemiddeling worden uitgewerkt, zijn het werk van de partijen zelf, wat een vrijwillige en vaak duurzamere uitvoering van de gemaakte afspraken verzekert.
- Bemiddeling vindt plaats binnen een door het Gerechtelijk Wetboek vastgesteld kader, waardoor het proces wettelijk omkaderd en erkend is.
- Het slaagpercentage van bemiddeling is hoog.
- Indien de bemiddelaar een erkend bemiddelaar is, kunnen de partijen aan de rechtbank vragen om hun akkoord te homologeren, waardoor ze het uitvoerbaar maken.
La médiation
U moet functionele en advertentiecookies accepteren om deze video te bekijken. -
- Onderhandelingen zijn vaak minder duur en verlopen sneller dan gerechtelijke procedures.
- Er kan meermaals worden gepoogd om te onderhandelen, op verschillende momenten van een geschil, zolang de partijen dat nuttig vinden.
- Het ontbreken van een strikt kader laat toe om heel flexibel te werk te gaan. Het is echter belangrijk om samen de regels vast te stellen die zullen worden gevolgd, daar de andere partij niet dezelfde regels zou kunnen toepassen indien ze niet duidelijk zijn vastgesteld.
- Het bereikte akkoord kan worden bekrachtigd in een vonnis op verzoek van de partijen, waardoor het wettelijk wordt erkend en het een bepaalde rechtszekerheid biedt.
-
- Verzoening is gewoonlijk minder duur en gaat sneller dan gerechtelijke procedures, tenzij de opdracht die aan de verzoener wordt toevertrouwd bepaalde verplichtingen voor de partijen meebrengt.
- Verzoening maakt het mogelijk om zeer flexibel te werk te gaan daar er geen strikt kader is. Het is echter essentieel dat de partijen eerst de nodige afspraken maken over de modaliteiten van de verzoening teneinde dit kader duidelijk af te bakenen.
- Het door middel van verzoening bereikte akkoord kan op verzoek van de partijen worden bekrachtigd in een vonnis, waardoor het wettelijk wordt erkend en het een bepaalde rechtszekerheid biedt.
-
- Arbitrage laat toe om de oplossing van een geschil toe te vertrouwen aan arbiters die specifieke competenties bezitten in een bepaald domein, wat garanties biedt voor zeer grote deskundigheid.
- De partijen kunnen de termijnen vastleggen en de uitspraak van de arbiter is gewoonlijk definitief, zonder mogelijkheid van beroep (behoudens andersluidend akkoord van de partijen).
- De partijen kunnen hun eigen procedureregels vastleggen; die regels kunnen verschillen van de regels die de rechtbanken van de gerechtelijke orde toepassen.
- De procedure en het akkoord dat met de arbitrage wordt bereikt, zijn vertrouwelijk, waardoor de vertrouwelijkheid van gevoelige informatie wordt beschermd.
- De arbiter is onpartijdig, wat bijzonder voordelig is voor geschillen op het vlak van de internationale handel; daarmee wordt een neutraal alternatief geboden voor de rechtbanken van de staten waar de partijen gevestigd zijn.
-
- De bindende derdenbeslissing laat toe om de oplossing van een welbepaalde kwestie toe te vertrouwen aan een derde beslisser die bijzondere competenties bezit in het domein van het bewuste conflict, wat garanties biedt voor zeer grote expertise.
- De BDB is bindend op dezelfde wijze als de uitspraak van de arbiter; de verleende beslissing is gewoonlijk definitief, zonder mogelijkheid van beroep (behoudens andersluidend akkoord van de partijen).
- De partijen kunnen hun eigen procedureregels vastleggen; die regels kunnen verschillen van de regels die de rechtbanken van de gerechtelijke orde toepassen.
- De procedure en de beslissing zijn vertrouwelijk, wat garandeert dat gevoelige informatie en de besprekingen privé blijven.
La tierce décision obligatoire
U moet functionele en advertentiecookies accepteren om deze video te bekijken. -
Pour vérifier votre éligibilité à l’aide juridique gratuite, veuillez consulter le site du bureau d'aide juridique de bruxelles
-
Het collaboratieve recht
- Ondersteund en bijgestaan door hun advocaat gaan de partijen op zoek naar creatieve en op maat ontwikkelde oplossingen die hun de mogelijkheid bieden tegemoet te komen aan de prioriteiten van elke partij, met eerbied voor de openbare orde.
- Dit proces laat toe zowel de kosten als de tijd te beheersen, die vaak lager zijn / korter is dan in het geval van klassieke gerechtelijke procedures.
- Er wordt een veilig vertrouwensklimaat gecreëerd door de terugtrekking van de advocaat indien er geen akkoord wordt bereikt; dit is bevorderlijk voor eerlijke en open onderhandelingen.
- Het proces is volledig vertrouwelijk, wat garandeert dat de gevoerde discussies en bereikte akkoorden privé blijven.
- Het collaboratieve recht houdt rekening met de relationele aspecten tussen de partijen, wat bevorderlijk is voor een duurzame en bevredigende oplossing voor alle betrokkenen.
- Oplossingen die in dit kader worden uitgewerkt, zijn het werk van de partijen zelf, wat een vrijwillige en vaak duurzamere uitvoering van de gemaakte afspraken verzekert.
- Het proces vindt plaats binnen een door het Gerechtelijk Wetboek vastgesteld kader, waardoor het proces wettelijk omkaderd en erkend is.
- Het collaboratieve recht heeft een hoog slaagpercentage, met vele conflicten die worden opgelost op een voor de partijen bevredigende manier.
- Het bereikte akkoord kan worden bekrachtigd in een vonnis op verzoek van de partijen, waardoor het wettelijk wordt erkend en het een bepaalde rechtszekerheid biedt.
U moet functionele en advertentiecookies accepteren om deze video te bekijken.
La CELAC
-
De CELAC (begeleidingscel) is een structuur die binnen de professionele en sociale commissie van de Orde werd opgericht en als opdracht heeft om eerstelijns solidaire hulp te bieden aan advocaten die geconfronteerd worden met insolventieproblemen.
De CELAC biedt u vrijwillige ondersteuning bij het beheer van de moeilijkheden die zich voordoen tijdens de uitoefening van uw economische activiteit, garandeert u een luisterend oor en collegiale steun. In de praktijk heeft de CELAC tot doel u een begeleiding te bieden die aangepast is aan uw professionele situatie.
-
U kunt contact opnemen met de CELAC zodra de eerste moeilijkheden opduiken die uw onderneming met economische problemen kunnen confronteren en die de werking kunnen beïnvloeden.
Hoe de CELAC inschakelen? Stuur een e-mail naar celac@barreaudebruxelles.be met een beknopte uiteenzetting van uw situatie en uw contactgegevens. U krijgt snel een afspraak voorgesteld.
-
Het aangewezen lid van de CELAC is nooit de advocaat van de onderneming in moeilijkheden, noch diens vertegenwoordiger, en draagt geen enkele professionele aansprakelijkheid voor de collegiale steun die hij of zij op vrijwillige basis verleent aan de advocaat in moeilijkheden.
a. VÓÓR ELKE INSOLVENTIEPROCEDURE: HET STRIKT VERTROUWELIJK GESPREK MET DE BETROKKEN ADVOCAAT
Het lid van de cel zal zijn tussenkomst beginnen door de betrokken advocaat uit te nodigen voor een strikt vertrouwelijk gesprek, volledig los van enig idee van sanctie. Tijdens dit gesprek legt hij of zij de specifieke opdracht uit en brengt de steun van de Orde over bij het vervullen van de wettelijke formaliteiten in het kader van het insolventierecht, terwijl de advocaat tegelijk wordt uitgenodigd om een eigen raadsman te kiezen.Vervolgens wordt door het aangewezen lid van de cel een vertrouwelijk verslag opgesteld van de situatie van de betrokken advocaat. Dit verslag bevat adviezen en richtlijnen afhankelijk van de ernst van de vastgestelde moeilijkheden. Het wordt uitsluitend bezorgd aan de stafhouder of een door hem aangeduid lid van zijn kabinet, aan de voorzitter van de commissie en aan de andere leden van de begeleidingscel.
b. TIJDENS EEN INSOLVENTIEPROCEDURE: DE BEGELEIDING VAN DE BETROKKEN ADVOCAAT
In het kader van zijn begeleidingsopdracht kan het lid van de cel de betrokken advocaat, indien nodig en onder meer, bijstaan om de stappen en contacten te vergemakkelijken:- De betrokken advocaat informeren over de private en publieke steunmaatregelen die worden aangeboden door externe organisaties die ondernemingen in moeilijkheden of stopgezette activiteiten bijstaan.
- Elke administratieve steun verlenen die ertoe kan bijdragen de belangen van de betrokken advocaat te vrijwaren.
c. NA: EEN MOGELIJKE STOPZETTING VAN DE ACTIVITEIT
- Voorstellen van coaching door een gespecialiseerde entiteit die onafhankelijk is van de balie.
- Opvolging van het project van professionele herstart of heroriëntatie, met het oog op het vermijden van nieuwe moeilijkheden.
-
Ja, uitzonderlijk.
Het optreden van de CELAC kan worden geïnitieerd door de stafhouder op basis van elementen die hem ter kennis worden gebracht en die doen vermoeden dat een advocaat moeilijkheden ondervindt op het vlak van insolventie.
De betrokken advocaat is echter niet verplicht de hulp van de CELAC te aanvaarden.
-
De advocaat is ertoe gehouden de stafhouder te verwittigen zodra zijn of haar praktijkstructuur, of hij/zijzelf, betrokken raakt in een insolventieprocedure of deze zelf opstart.
Dezelfde informatie moet worden meegedeeld zodra er een dagvaarding plaatsvindt voor de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden of zodra een gerechtsmandataris of een voorlopig bewindvoerder wordt aangesteld in de zin van artikel 30 van Boek XX van het Wetboek van economisch recht. (art. 1.2 Codéon). du Code de droit économique. (art. 1.2 Codéon).
-
Voor een rechtspersoon:
- Wanneer ernstige en eensluidende feiten de continuïteit van de onderneming in gevaar kunnen brengen, is het bestuursorgaan verplicht te beraadslagen over de te nemen maatregelen om de activiteit minstens 12 maanden te verzekeren.
- Niet-naleving van de alarmbelprocedure die geldt voor de BV, CV en NV, en die moet worden ingeleid op basis van de nettoactiefpositie (BV, CV en NV) of de liquiditeitspositie (BV en CV).
- De aansprakelijkheid van de bestuurder wegens het niet-betalen van sociale bijdragen door de failliete rechtspersoon.
- Het onredelijk voortzetten van de activiteit.
- Het niet naar behoren bijhouden van de boekhouding: de curator kan eisen dat de bestuurder de kosten draagt voor het opmaken van een conforme boekhouding.
Voor de onderneming-rechtspersoon en de eenmanszaak:
- Het niet tijdig aangeven van het faillissement.
- De zware en kennelijk grove fout die heeft bijgedragen tot het faillissement.
- Het plegen van inbreuken die verband houden met de staat van faillissement.
-
Bij een oproeping door de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden of in het kader van een procedure van gerechtelijke reorganisatie of faillissement, neemt de advocaat – behoudens uitzonderlijke omstandigheden beoordeeld door de stafhouder – niet zelf, voor een rechtscollege, de verdediging van zijn eigen belangen op (art. 1.2 Codéon).
De CELAC kan u bijstaan bij de stappen om een financiële tussenkomst te verkrijgen ter dekking van de kosten en erelonen van uw persoonlijke advocaat.
-
Op basis van wettelijke indicatoren, vermeld in de artikelen 21-23 van Boek XX van het Wetboek van economisch recht en die mogelijke moeilijkheden aanduiden, wordt een oproeping betekend om te verschijnen voor deze gespecialiseerde kamer van de TEFB.
Na de analyse van de laatst gepubliceerde rekeningen kan de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden beslissen om zelf het dossier verder op te volgen, of om een verslagrechter aan te wijzen. Deze verslagrechter is een consulaire rechter binnen de rechtbank. Hij neemt contact op met uw onderneming om bijkomende informatie te verkrijgen en kan eventueel een oproeping sturen voor een gesprek.
Een gebrek aan reactie kan leiden tot gerechtelijke ontbinding in het geval van een rechtspersoon.
De verslagrechter brengt vervolgens verslag uit aan de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden, die de verdere richting van het dossier bepaalt, onder meer: voorlopige afsluiting, later heronderzoek van de situatie, oproeping omwille van een ontbindingsgrond, of verwijzing naar de procureur des Konings met het oog op een dagvaarding in faillissement.
U kunt ook worden opgeroepen omwille van een reden tot ontbinding van uw vennootschap.
-
Ja. De procedure verbiedt de uitoefening van het beroep niet, behalve uiteraard in geval van een tuchtbeslissing.
Zelfs na afloop van een geslaagde gerechtelijke reorganisatieprocedure kunt u uw beroep blijven uitoefenen, behoudens een verbod dat voortvloeit uit een tuchtprocedure.
-
Het vonnis dat de opening van een openbare gerechtelijke reorganisatieprocedure beveelt, wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
De private reorganisatieprocedure via minnelijk akkoord of collectief akkoord wordt niet gepubliceerd, maar opgenomen in het vertrouwelijke gedeelte van REGSOL.
-
Het principe is het onvermogen om het opeisbare passief te voldoen met de beschikbare activa. De staking van betaling houdt bijvoorbeeld in: het niet betalen van kortlopende schulden, het uitblijven van de betaling van btw gedurende meer dan één kwartaal, van RSZ-bijdragen, sociale bijdragen enz.
Een andere voorwaarde die samenhangt met de staat van faillissement is de geschokte kredietwaardigheid: een aanhoudende kredietbreuk en het ontbreken van vertrouwen van schuldeisers die geen uitstel van betaling meer toestaan.
De aangifte van faillissement moet binnen de maand na de staking van betaling gebeuren.
-
Ja :
maar let op, indien het gaat om dezelfde activiteit als advocaat moet de waardering van het cliënteel besproken worden met de curator.Neen :
indien een beroepsverbod wordt uitgesproken wegens een zware en kennelijk grove fout die tot het faillissement heeft bijgedragen, of indien inbreuken werden gepleegd in verband met de staat van faillissement.In het geval van een natuurlijke persoon :
kunnen zich administratieve moeilijkheden voordoen op het vlak van btw, het ondernemingsnummer (KBO) en de opening van een bankrekening zolang het faillissement niet is afgesloten.